MAATREGELEN VOOR CONTACTEN VAN EEN PERSOON MET COVID-19

Versie 1 mei 2020

De procedures worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten voor gezondheidszorg, preventie en controle van infectieziekten, en crisisbeheer (RAG/RMG). In de loop van de tijd gebeuren er aanpassingen in functie van de evolutie van de epidemie, de wetenschappelijke kennis, de mening van experten en de wetenschappelijke wereld, en de beschikbare middelen. De richtlijnen vervat in deze procedures moeten zo goed mogelijk worden uitgevoerd in functie van de plaatselijke beperkingen.

Een samenvatting van de actuele wetenschappelijke kennis is beschikbaar in een "fact sheet" die u hier kan vinden: https://epidemio.wiv-isp.be/ID/Documents/Covid19/COVID-19_fact_sheet_ENG.pdf

Belangrijkste wijzigingen:

In het kader van de "exit strategie" werd deze richtlijn sterk gewijzigd. Gelieve dus de hele procedure door te nemen.

Definitie van een contactpersoon

1.1 WAT IS EEN CONTACTPERSOON

Een contactpersoon is elke persoon die contact heeft gehad met een bevestigd COVID-19 geval binnen een tijdspanne van 2 dagen voor het begin van de symptomen tot het einde van de besmettelijkheidsperiode van het geval (over het algemeen 7 dagen na het begin van de symptomen, of langer als de symptomen aanhouden).

Voor een asymptomatische persoon met een positieve PCR-test wordt een contactpersoon gedefinieerd als iemand die contact heeft gehad met deze persoon binnen een tijdspanne van 2 dagen voordat het staal werd genomen, tot 7 dagen erna.

In sommige gevallen kunnen de maatregelen hieronder al genomen worden voor de contacten van een mogelijk geval van COVID-19, indien er een sterk vermoeden bestaat van COVID-19 op basis van het bestaan van een epidemiologische link met een bevestigd geval of op basis van CT-scan, of (uitzonderlijk) indien een staalafname onmogelijk is bij een mogelijk geval omdat de persoon bv. niet verplaatst kan worden.

1.2 CLASSIFICATIE VAN CONTACTEN

In functie van het risico op besmetting worden contacten opgedeeld in twee groepen. 2

Hoog risico contact

Voor de volgende personen wordt het risico op besmetting als "hoog" beschouwd (= nauwe contacten):

een persoon met een cumulatief contact van minstens 15 minuten binnen een afstand van <1,5m ("face to face"), bijvoorbeeld in een gesprek;

een persoon die meer dan 15 minuten in dezelfde kamer/gesloten omgeving was met een COVID-19 patiënt. Dit omvat huisgenoten, alle klasgenoten voor kinderen < 6 jaar (kleuterschool), naaste buren in een klas bij kinderen = jaar of op het werk, een hele afdeling in een kinderkribbe;

een persoon die direct fysiek contact heeft gehad met een COVID-19 geval;

een persoon die in direct contact is geweest met excreties of lichaamsvloeistoffen van een COVID-19 patiënt, zoals tijdens het zoenen en mond-op-mond beademing, of contact met braaksel, stoelgang, slijmen, enz.;

een zorgverlener in contact met een COVID-19 geval tijdens de zorg of het medisch onderzoek binnen een afstand van 1,5m, zonder gebruik van de aanbevolen persoonlijke beschermingsmiddelen (volgens protocol/activiteit);

een persoon die samen met een COVID-19 patiënt heeft gereisd, in eender welk transportmiddel, zittend binnen twee zitplaatsen (in eender welke richting) van de patiënt. In een vliegtuig ook bemanningsleden die dienst doen in de sectie van het vliegtuig waar het geval zat. Indien de ernst van de symptomen of de verplaatsing van de patiënt in het vliegtuig wijst op een mogelijk grotere blootstelling, kunnen passagiers die in hetzelfde compartiment zaten of alle passagiers in het vliegtuig worden beschouwd als hoog risico contacten.

Laag risico contact

Voor de volgende personen wordt het risico op besmetting als "laag" beschouwd:

een persoon die minder dan 15 minuten contact heeft gehad met een COVID-19 patiënt binnen een afstand van 1,5 m;

een persoon die zich in dezelfde kamer/gesloten omgeving bevond met een COVID-19 patiënt, maar daarbij minder dan 15 minuten binnen een afstand van <1,5 m was. Dit omvat alle klasgenoten voor kinderen = jaar(1), mensen in hetzelfde kantoor(1), of in een wachtkamer;

een zorgverlener die in dezelfde ruimte als een COVID-19 patiënt is geweest zonder het gebruik van adequate beschermende kleding, maar nooit binnen een afstand van 1,5 meter.

(1) Behalve de naaste buren

Zorgverleners aan COVID-19 patiënten en laboratoriummedewerkers die stalen van COVID-gevallen hanteren en daarbij de aanbevolen persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) dragen, worden niet beschouwd als laag risico contacten. Voor hen geldt wel een algemene aanbeveling om strikte handhygiëne toe te passen en voor alle verplaatsingen buitenshuis een stoffen mondmasker te dragen.

Maatregelen

2.1 HOOG RISICO CONTACT

Isolatie

Thuisisolatie gedurende 14 dagen na het laatste risicocontact. Buitengaan is enkel toegestaan voor kleine essentiële aankopen (voeding, apotheek,...), mits het dragen van een stoffen mondmasker en strikte naleving van de hygiënische maatregelen, waarbij direct contact met andere mensen wordt vermeden.

Indien er tijdens de isolatieperiode een huisgenoot symptomen ontwikkelt, waarbij COVID-19 bevestigd wordt, begint de periode van 14 dagen opnieuw voor de asymptomatische huisgenoten die aan deze nieuwe patiënt werden blootgesteld.

Voor personen die een essentieel beroep uitoefenen zoals zorgverleners is werken uitzonderlijk toegestaan indien dit noodzakelijk is om de continuïteit van de zorg te waarborgen,

mits: o het dragen van adequate beschermingsmiddelen (PPE voor zorgverleners, of stoffen mondmasker);

    o het naleven van een strikte handhygiëne;

    o een actieve opvolging van de lichaamstemperatuur en mogelijke symptomen van COVID-19;

    o het behoud van een afstand van minstens 1,5m van collega’s;

    o het vermijden van sociale contacten buiten het werk;

    o het niet reizen.

Andere maatregelen

Er moet extra aandacht besteed worden aan de basis hygiënemaatregelen (zie richtlijn basishygiëne).

- Gedurende 14 dagen moeten alle nauwe contacten zelf hun gezondheidstoestand opvolgen (zelfmonitoring), door tweemaal per dag hun temperatuur te meten.

Personen die beroepshalve contact hebben met personen die een risico hebben op een ernstige vorm van COVID-19(2) zullen om de 3 dagen worden gecontacteerd door het call center voor contactonderzoek, om de gezondheidstoestand te registreren.

     (2) Risicofactoren zijn: ? Ernstige chronische hart-, long- of nieraandoeningen? Diabetes? Immunosuppressie, maligne hemopathie, actieve neoplasie? Personen ouder dan 65 jaar

Testing

- Asymptomatische nauwe contacten moeten niet getest worden om een besmetting uit te sluiten, behalve indien zij beroepshalve na afloop van de periode van thuisisolatie contact zullen hebben met personen die een risico hebben op een ernstige vorm van COVID-19. In dat geval moeten zij op dag 12 van de isolatieperiode een test laten uitvoeren (na telefonisch contact met de huisarts) om een asymptomatische infectie uit te sluiten. Dit geldt ook voor de nauwe contacten die omwille van een personeelstekort verder blijven werken. Het vroeger uitvoeren van een test heeft geen bijkomende waarde (de persoon kan nog in incubatieperiode zitten) en kan enkel leiden tot een vals gevoel van veiligheid bij een negatief resultaat.

Bij ontwikkelen van symptomen die compatibel zijn met COVID-19 (zie gevalsdefinitie) wordt de persoon een mogelijk geval en moet er telefonisch contact genomen worden met de huisarts die kan zeggen waar een staalafname kan plaatsvinden.

2.2 LAAG RISICO CONTACT

Isolatie

Thuisisolatie is niet nodig voor asymptomatische laag risico contacten.

Wel wordt aanbevolen om de sociale contacten tot een minimum te beperken, met respect van een afstand van 1,5m.

Andere maatregelen

Er moet extra aandacht besteed worden aan de basis hygiënemaatregelen (zie richtlijn basishygiëne).

- Voor alle verplaatsingen buitenshuis moet een stoffen mondmasker gedragen worden.

Testing

- Bij ontwikkelen van symptomen die compatibel zijn met COVID-19 (zie gevalsdefinitie) wordt de persoon een mogelijk geval en moet er telefonisch contact genomen worden met de huisarts die kan zeggen waar een staalafname kan plaatsvinden. ?

- Om gevallen tussen de asymptomatische contacten te kunnen opsporen, zullen vanaf nu alle nauwe contacten getest worden (zie flowchart hieronder).

    o Asymptomatische nauwe contacten die beroepshalve contact zullen hebben met personen die een risico hebben op een ernstige vorm van COVID-19 moeten tussen dag 11 en 13 van de quarantaineperiode een test laten uitvoeren (na telefonisch contact met de huisarts). Dit om een asymptomatische infectie uit te sluiten. Dit geldt ook voor de nauwe contacten die omwille van een personeelstekort verder blijven werken. De arts kan in overleg met de patiënt beslissen reeds een PCR test uit te voeren in de eerste week na blootstelling. In geval van een positief resultaat starten dan al de 7 dagen isolatie en kan ook contactonderzoek gestart worden. Bij negatief resultaat wordt de quarantaine ongewijzigd verder gezet.

    o Alle andere asymptomatische nauwe contacten zullen onmiddellijk getest worden bij identificatie. Bij negatief resultaat wordt de quarantaine verdergezet. Indien de contactpersoon een eerste test onderging binnen de 7 dagen na blootstelling, kan de arts in overleg met de patiënt beslissen een tweede PCR test uit te voeren. Deze tweede test moet minstens 5 dagen na de eerste PCR test en ten vroegste 9 dagen na het laatste risicocontact worden uitgevoerd. Bij een tweede negatief PCR resultaat kan de quarantaine worden beëindigd (dit is dus ten vroegste 10 dagen na het laatste risicocontact). De arts informeert de patiënt dat de quarantaine stopgezet mag worden. ?

- Indien een PCR test afgenomen moet worden ontvangen de contacten van het contactcenter een SMS met een 16 cijferige code die dient als bewijs voor het triagecentrum, het labo of de huisarts dat een PCR-test afgenomen moet worden. Deze code moet gecontroleerd worden via de webtoepassing ‘PCR Prescription validation’ of via een rechtstreekse link in het huisartsen softwarepakket. Voor elke geldige testaanvraag wordt een eForm ingevuld en wordt een PCR test afgenomen door de huisarts, in het labo of in het triagecentrum.

- Indien het testresultaat positief is, wordt de contactpersoon een bevestigd geval. Contact tracing wordt gestart en er volgt een thuis-isolatie tot 7 dagen na het afnemen van de test.